Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5259.

2.8 .1 In cassatie staat slechts het eerste verweer ter discussie. Hierover heeft UAP bij cva in de eerste plaats beklemtoond dat zij omtrent de precieze gang van zaken in het duister tast; zij is doende om de relevante feiten te verzamelen. Zij heeft voorts - kort gezegd - aangevoerd dat zij niet wist dat Belgibo en ZAB namens haar een verzekeringsovereen-komst met CW Lease hadden gesloten. ZAB had volgens UAP geen volmacht om in België verzekeringsovereenkomsten af te sluiten. Evenmin was zij tekeningsbevoegdheid. Belgibo heeft er ten onrechte op vertrouwd dat ZAB wel bevoegd was, aldus UAP. CW Lease had de volmacht van ZAB behoren te onderzoeken en had kunnen weten dat UAP niet op de Belgische markt was toegelaten. Bovendien had CW Lease er gelet op haar slechte schadeverleden niet op mogen vertrouwen dat UAP haar zou willen accepteren. In dat verband wijst zij erop dat een vorige verzekeraar de verzekering had opgezegd vanwege het schadeverloop1 (cva sub 10-27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50e4eda79a1db246161571da955ae8b7be4f0d012743b43f0ec491e1d94aa0f, en de alinea staat in dat document op bytes 10147 tot 11141.