Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5261.
2.9 Op grond van het voorgaande kan derhalve worden geconcludeerd dat het middel op zichzelf terecht betoogt dat aan de vereisten van art. 29 F was voldaan. Daarmee draait het in cassatie om de vraag of het verzuim de zaak tijdig op de rol in te schrijven gevolgen heeft voor de aanhangigheid. Hieromtrent het volgende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06c086e4270fca07f946e36d50ff528bbf26f431643e72a50c22517719270ea5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06c086e4270fca07f946e36d50ff528bbf26f431643e72a50c22517719270ea5, en de alinea staat in dat document op bytes 14798 tot 15133.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06c086e4270fca07f946e36d50ff528bbf26f431643e72a50c22517719270ea5 | shasum -a 256