Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5263.
6. Voor de vraag welke procesregels van toepassing zijn op de terugvordering in rechte van kosten van bijstand is beslissend de datum waarop het inleidend verzoekschrift is ingediend (HR 12 juni 1998, RvdW 1998, 122). In deze zaak werd het inleidend verzoekschrift ingediend op 22 december 1994. Ingevolge het tot 1 januari 1996 van kracht zijnde art. X van de op 1 augustus 1992 in werking getreden Wet van 15 april 1992, Stb. 193, zijn de artt. 61-66 en 71 ABW, zoals deze artikelen luidden vóór 1 augustus 1992, van toepassing gebleven op verzoeken van terugvordering in rechte van kosten van bijstand. In het tijdvak van 1 augustus 1992 tot 1 januari 1966 bedroeg de appeltermijn ingevolge art. 66 (oud) ABW dus (onveranderd) vier weken, ingaande na de dag van verzending van het schrijven als bedoeld in art. 67 lid 1 ABW. Vgl. HR 7 juni 1996, NJ 1996, 696, en HR 12 februari 1999, NJ 1999, 343.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29bd16bf587783f5d322daf98ea742a0960c8893077e94492d49e60c1736170f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29bd16bf587783f5d322daf98ea742a0960c8893077e94492d49e60c1736170f, en de alinea staat in dat document op bytes 6279 tot 7194.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29bd16bf587783f5d322daf98ea742a0960c8893077e94492d49e60c1736170f | shasum -a 256