Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5404.
7) Het eerste middel klaagt erover dat het hof twee verschillende bewijsrechtelijke constructies door elkaar haalt. De ene is het vermoeden waartegen tegenbewijs kan worden geleverd, de andere de omkering van de bewijslast (als in de ‘tenzij-clausule’ van art. 177 Rv bedoeld), waardoor de gedaagde partij bewijs van haar stellingen moet leveren. Deze stellingen zullen veelal het tegendeel inhouden van de stellingen van de eisende partij. Om die reden wordt het bewijs van de stellingen van gedaagde door het middel ‘tegendeelbewijs’ genoemd. Ik zal die kernachtige term ook gebruiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395, en de alinea staat in dat document op bytes 10011 tot 10620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395 | shasum -a 256