Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5404.
9) Onderdeel C bevat rechts- en motiveringsklachten voor zover het hof van oordeel was dat de bewijslast niet is omgekeerd, doch dat M&B tegenbewijs moest leveren tegen het vermoeden dat sprake was van een overeenkomst. In dat geval had het hof in zijn tussenarrest van 25 mei 1994 het vonnis van de rechtbank moeten vernietigen, omdat zij M&B ten onrechte belast had met het leveren van het tegendeelbewijs (subonderdeel C.1). Volgens dit subonderdeel duidt het probandum (“Laat M&B toe feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat partijen over de exclusieve verkoopbemiddeling van de te bouwen appartementen door [verweerster] en haar deelname in de winst daarvan als door [verweerster] gesteld geen overeenstemming hebben bereikt”) op tegendeelbewijs en had het hof het vonnis van de rechtbank dan ook moeten vernietigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395, en de alinea staat in dat document op bytes 14276 tot 15155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395 | shasum -a 256