Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5404.
In zijn r.o. 11 en 12 doelt het hof kennelijk op het in de r.o. 2 en 3 bedoelde tegenbewijs. Uit de betrokken overwegingen valt niet af te leiden dat het hof zou hebben geoordeeld dat het bewijsrisico zou zijn verschoven naar M&B. Het heeft aldaar kennelijk geoordeeld dat het gevraagde tegenbewijs niet was geleverd, zodat het vermoeden kwam vast te staan. Daarmee heeft het hof kennelijk geoordeeld dat het door M&B geleverde bewijs zelfs niet genoeg was om twijfel omtrent de juistheid van het vermoeden te zaaien. Dit oordeel is feitelijk, niet onbegrijpelijk en ook niet onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395, en de alinea staat in dat document op bytes 18328 tot 18949.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395 | shasum -a 256