Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5404.
Dit onderdeel kan m.i. niet slagen omdat het feitelijke grondslag mist. Uit het arrest van het hof volgt niet dat het van oordeel zou zijn geweest dat het door M&B te leveren tegenbewijs uitsluitend door middel van getuigenverklaringen zou kunnen worden geleverd. Het enkele feit dat het hof niet nader heeft gemotiveerd waarom het de overige - schriftelijke - bewijsmiddelen (die overigens voor het merendeel al ten tijde van de formulering van de bewijsopdracht bekend waren) niet bepalend achtte, leidt niet tot de conclusie dat het hof van oordeel zou zijn geweest dat de bewijslevering slechts door middel van getuigen mogelijk zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395, en de alinea staat in dat document op bytes 19573 tot 20233.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a2b9475695c738e9099eb137fb30e83eed5a04b7a12bbf8fa28f44aae540395 | shasum -a 256