Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5409.

2.2. Aanvankelijk bepaalde art. 10, vierde lid, Wet Bopz dat de voorlopige machtiging een geldigheidsduur heeft van ten hoogste zes maanden na de dag waarop de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen2. De auteur van het middel heeft mogelijk deze regel voor ogen gehad. Artikel 10, vierde lid, Wet Bopz is echter gewijzigd per 1 juli 1997 en luidt nu:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52, en de alinea staat in dat document op bytes 6501 tot 6881.