Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5409.
2.11. Het verslag van 8 oktober 1999 vormt niet een afdoende verklaring waarom de rechtbank van oordeel is dat Ahoewel de raadsman dat bestrijdt, thans voldoende duidelijk is geworden dat betrokkene is gestoord in zijn geestvermogens@. Het verslag van 8 oktober 1999 dringt immers aan op nader onderzoek en geeft niet concreet aan dat er sprake is van een stoornis van de geestvermogens en zoja, of deze verband houdt met het gevaar; mogelijk vloeit deze tekortkoming voort uit het ontbreken van een gespecificeerde vraagstelling. De rechtbank had, mede in het licht van haar oordeel in de tussenbeschikking, niet alleen moeten motiveren dát zij, maar ook behoren te motiveren op grond waarvan zij van oordeel was dat aan de eis van art. 2 Wet Bopz was voldaan. De eerdere geneeskundige verklaring doet overigens vermoeden dat aanvankelijk is aangestuurd op een zgn. Aparaplu-machtiging@ (waarover: HR 11 december 1998, NJ 1999, 270). Ook in dat geval zal op de een of andere wijze moeten blijken van een geestelijke stoornis die de betrokkene gevaar doet veroorzaken. Wanneer Uw Raad deze opvatting deelt, zal vernietiging van de bestreden beschikking moeten volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52, en de alinea staat in dat document op bytes 14219 tot 15400.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52 | shasum -a 256