Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5409.

1.2. De rechtbank heeft op 27 september 1999 betrokkene, zijn raadsman, de arts-assistente Rijtema en de verpleegkundige Van Ingen gehoord. Bij tussenbeschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de beslissing omtrent de voorlopige machtiging aangehouden teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen over het bestaan van een stoornis van de geestvermogens. De arts-assistente Rijtema heeft de casus op 8 oktober 1999 besproken in een vergadering met vijf psychiaters. De rechtbank heeft het verslag van de GGZ Oost-Brabant van deze bespreking ontvangen. De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 22 oktober 1999 op dit verslag gereageerd. De rechtbank heeft de voorlopige machtiging bij beschikking van 25 oktober 1999 verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da7c84841cee705f3ae45d525e960a36155007e7aa4193a56e2f7ae193a00b52, en de alinea staat in dat document op bytes 5248 tot 5996.