Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5517.

2. Toen de gemeenteraad zijn bekrachtigingsbesluit nam, in de eerstvolgende vergadering na 6 augustus, was de memorie van grieven nog niet genomen en was Aapeha nog niet in rechte ver-schenen, zodat de gemeente de procedure in hoger beroep eenzijdig kon royeren (ro. 3.4). Met an-dere woorden: B & W had een gegronde reden om pas later tot een besluit te komen en toen de ge-meenteraad bekrachtigde was er in de hoger beroepsprocedure, behalve dat deze aanhan-gig was gemaakt doordat de hoger beroepsdagvaarding was uitgebracht, nog niets gebeurd. In de-ze om-standigheden was aan het primaat van de gemeenteraad niet tekort gedaan en was art. 164, lid 4, Gem.w. niet krachteloos gemaakt, aldus het hof (ro. 3.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ebce2ad346a17211cd2c30b76f2d83509efd1b9eafabaf55269f568600e949. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ebce2ad346a17211cd2c30b76f2d83509efd1b9eafabaf55269f568600e949, en de alinea staat in dat document op bytes 33075 tot 33806.