Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5517.

Het tweede lid geeft een afzonderlijke regeling voor beslissingen inzake het voeren van een kort geding, dat volgens de jurisprudentie onder de werking van het huidige artikel 209 onder r valt en inzake de voeging als beledigde partij in strafzaken. Hierover moet dikwijls op zeer korte termijn worden besloten. Indien in een gemeente geen algemene delegatie-regeling op dit punt bestaat, kan deze omissie voor de betreffende gemeente zeer be-zwaarlijk zijn. Als regel wordt het college van burgemeester en wethouders bevoegd, doch de raad kan, indien hij zou vergaderen voordat tot optreden moet worden besloten of indien hij het naderhand gewenst zou achten, eventueel zelf omtrent de zaak besluiten. Ten aan-zien van het kort geding is de bevoegdheid van het college overigens beperkt tot de procedure in eerste aanleg. Voor wat betreft hoger beroep en cassatie is het nemen van een besluit daartoe niet zo spoedeisend dat de raad daarvoor terzijde zou moeten worden gesteld. Een en ander laat uiteraard de mogelijkheid van delegatie ten deze aan het college op grond van artikel 15726 onverlet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ebce2ad346a17211cd2c30b76f2d83509efd1b9eafabaf55269f568600e949. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ebce2ad346a17211cd2c30b76f2d83509efd1b9eafabaf55269f568600e949, en de alinea staat in dat document op bytes 22947 tot 24059.