Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5517.

3.3 Van de vordering die Aapeha in deze zaak heeft ingesteld is in hoger beroep een ge-deel-te van in totaal ongeveer f 850.000,-- nog in geschil. Het gaat derhalve om een aan-mer-kelijk belang. Uit het hierna vermelde blijkt dat het geschil tussen partijen sterk feitelijk ge-kleurd is. De gemeente heeft onweersproken gesteld dat het mogelijk maken van een ver-antwoorde besluitvorming in deze B met inbegrip van de vermelde notitie van de raadsman B extra tijd vergde, waardoor de behandeling in het college van B en W eerst plaatsvond na het ver-strijken van de termijn van hoger beroep, en wel in zijn vergadering van 6 augustus 1996. Hiervan uitgaand kon het college van B en W naar het oordeel van het hof de door de wet-houder grondzaken onbevoegd genomen beslissing tot het doen uitbrengen van de dag-vaarding in hoger beroep achteraf in zijn vergadering van 6 augustus 1996 bekrachtigen. Ver-vol-gens heeft bekrachtiging door de gemeenteraad plaatsgevonden in de eerstvolgende ge-meenteraadsvergadering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ebce2ad346a17211cd2c30b76f2d83509efd1b9eafabaf55269f568600e949. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ebce2ad346a17211cd2c30b76f2d83509efd1b9eafabaf55269f568600e949, en de alinea staat in dat document op bytes 28372 tot 29398.