Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5519.
2.36 Onder deze omstandigheden meen ik dat art. 27a Aw anders moet worden opgevat dan uit de formulering daarvan lijkt te volgen. Een redelijke wetsuitleg, rekening houdend met de wordingsgeschiedenis van deze bepaling en met verband daarvan tot zowel art. 43 ROW als art. 6:104 BW, brengt mee deze bepaling aldus te verstaan, dat de benadeelde ter keuze hetzij zijn - zo nodig abstract te berekenen - schade vergoed kan krijgen, hetzij afdracht van de door de inbreukmaker gerealiseerde winst kan verlangen.41 Zoals opgemerkt moet de parlementaire geschiedenis van het artikel aldus worden verstaan, dat het - anders dan bij art. 43 ROW - geen geslaagd verweer is dat de benadeelde zelf een zodanige winst niet had kunnen maken. Aangenomen moet worden dat de benadeelde zijn keuze pas hoeft te maken, nadat de inbreukmaker - desgewenst - rekening en verantwoording heeft afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0, en de alinea staat in dat document op bytes 41832 tot 42730.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0 | shasum -a 256