Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5519.
(iv) Wél leert de Hoge Raad (nog) dat voor het oordeel dat toewijzing van een voorschot in kort geding uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden, “verzwaarde motiveringseisen” gelden.5 Het gaat hier immers om een slechts voorlopig oordeel op basis van een mogelijk nog onvolledig feitencomplex.6 Mede gelet op het restitutierisico, dat extra klemt ten aanzien van geld7 (dat immers verbruikbaar is en uit zijn aard niet eenvoudig valt te traceren), moet degene die de voorziening verzoekt, daarom feiten en omstandigheden aanvoeren en deze bij tegenspraak aannemelijk maken, waaruit de gestelde onverwijlde spoed bij toewijzing van het voorschot blijkt.8
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0, en de alinea staat in dat document op bytes 12211 tot 12886.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0 | shasum -a 256