Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5519.

2.9 Een tweede weg die wel wordt bewandeld om aan de eis van het spoedeisend belang te ontkomen, kan worden toegelicht aan de hand van het volgende geval. In een kort geding ter incasso werd daags voor de behandeling, de hoofdsom telefonisch voldaan. Ter zitting werd als verweer gevoerd dat de nevenvorderingen tot voldoening van rente en incassokosten, niet spoedeisend waren. De president beloonde dit verweer. Anders dan de president oordeelde het hof14 evenwel, dat er in het algemeen geen reden is om bij de toetsing van de spoedeisendheid onderscheid te maken tussen de hoofdsom enerzijds en de genoemde nevenvorderingen anderzijds. Aangezien een rauwelijkse dagvaarding niet aanvaardbaar is, dienen eerst incassohandelingen te worden verricht, waaraan kosten zijn verbonden. Ook de aanzegging van wettelijke rente heeft mede tot strekking de schuldenaar een prikkel te geven om de vordering te voldoen, aldus nog steeds het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0, en de alinea staat in dat document op bytes 16613 tot 17563.