Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5519.

2.10 Ook als men de weg, die de lagere rechtspraak (soms) is ingeslagen, niet onderschrijft, kan men deze beslissing aanvaarden als een verfijning op de leer van de Hoge Raad voor een specifiek geval. Er bestaat immers een zodanig nauwe band tussen de aanvankelijk onvoldaan gebleven geldvordering zelf en de daarmee verbonden nevenvorderingen tot voldoening van rente en incassokosten, dat het spoedeisend belang bij toewijzing van de hoofdvordering, geacht kan worden zich mede uit te strekken tot deze nevenvorderingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0, en de alinea staat in dat document op bytes 17583 tot 18118.