Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5519.

2.11 Dat het hier niet om een algemene lijn gaat maar om een specifiek geval, valt echter af te leiden uit een geruchtmakende procedure15 tussen een advocaat die wegens aanranding van de eerbaarheid strafrechtelijk werd veroordeeld en de toenmalige behandelend officier van justitie. Omdat de advocaat hardnekkig bleef volhouden dat laatstgenoemde bepaalde stukken uit het strafdossier had verduisterd, vorderde de officier in kort geding een verbod op verdere zodanige uitlatingen alsmede een rectificatie. De advocaat verweerde zich onder meer door aan te voeren dat een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen ontbrak. President en hof passeerden dit verweer. Het hof oordeelde dat de officier een voldoende spoedeisend belang had bij een verbod op toekomstige vergelijkbare uitlatingen door de advocaat, maar liet het belang bij de gevraagde rectificatie onbesproken. Dit was voor de Hoge Raad aanleiding om het bestreden arrest in zoverre te casseren:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0, en de alinea staat in dat document op bytes 18138 tot 19117.