Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5519.
2.16 Het subonderdeel faalt. Zowel in de (lagere) rechtspraak als in de literatuur wordt doorgaans de verwijtbaarheid aangenomen wanneer het intellectuele eigendomsrecht staat ingeschreven in openbare registers en de inbreukmaker heeft nagelaten dit te raadplegen.18 Met deze opvatting strookt art. 14 lid 2 BTMW, waarin is bepaald dat schadevergoeding niet is verschuldigd voor inbreukmakende handelingen die zijn gepleegd voor de publicatie van het depot. Omgekeerd moet dan worden aangenomen dat de inbreukmaker in beginsel schadeplichtig is indien de inbreuk wordt gepleegd na de publicatie van het depot. In dit licht heeft het hof met zijn bestreden overweging noch blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, noch zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Hetgeen HBS c.s. in appèl ten verwere hebben aangevoerd, doet aan de begrijpelijkheid van ‘s hofs oordeel niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0, en de alinea staat in dat document op bytes 24432 tot 25325.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd27e64ce2a3e5931e98aa917f46ae2c4f3f46e8ccf666efa6654b9eef28a0d0 | shasum -a 256