Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5538.

(b) Belangrijker is echter dat ook de wetsgeschiedenis niet erop wijst dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat de aansprakelijkheid van de art. 34 en 35 ook zou gelden in een geval als het onderhavige. Met name kan een dergelijke bedoeling niet worden afgeleid uit het antwoord van de regering (zie de eerste conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.1.2.3) op de bij de behandeling van het ontwerp van de Wet Ketenaansprakelijkheid8 gestelde vraag, of het juist was dat het ontwerp buitenlandse vennootschappen die in Nederland opereerden ongemoeid zou laten. Dit antwoord munt niet uit door duidelijkheid. Niettemin, het laat zich moeilijk anders verstaan dan dat de regering daarin slechts twee situaties onder ogen heeft gezien:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be, en de alinea staat in dat document op bytes 14291 tot 15068.