Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5538.
2.3. De argumenten waarop de Hoge Raad in de civiele zaak zijn oordeel baseert dat de art. 34 en 35 Inv.wet 1990 geen extraterritoriale werking hebben, gelden dunkt mij ook in de belastingzaak. Immers, de Hoge Raad vormt één ondeelbaar college, zodat het in de rede ligt dat de Derde Kamer niet anders oordeelt dan de Burgerlijke Kamer. Hoewel collega Mok laat zien dat een ander oordeel heel wel mogelijk zou zijn geweest, ga ik ervan uit dat thans geldend recht is dat de art. 34 en 35 Inv.wet 1990 niet van toepassing zijn op een in het buitenland gevestigde inlener of aannemer die voor werkzaamheden in het buitenland gebruik maakt van niet bij hem in dienst zijnde werknemers voor wie in Nederland loonbelasting is verschuldigd. Aangezien de art. 34 en 35 Inv.wet 1990 per 1 juni 1990 vrijwel ongewijzigd zijn overgenomen uit de toen vervallen art. 32b en 32c Wet LB, zal in het onderhavige geval hetzelfde hebben te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be, en de alinea staat in dat document op bytes 16912 tot 17857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be | shasum -a 256