Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5538.

2.7. Ik wijs erop dat de vrijwaringsregeling van de art. 35 tot en met 40 Uitv.reg. Inv.wet 1990 per 1 oktober 1991 in de plaats is gekomen van de daarvoor geldende vrijwaringsregeling van de art. 35 en 36 Uitv.reg. Inv.wet 1990 en dat in die laatste bepalingen slechts de eis wordt gesteld dat de onderaannemer bij een bedrijfsvereniging is aangesloten; aan de aannemer werd eenzelfde eis toen niet gesteld. In het onderhavige geval geldt niet de Inv.wet 1990 en evenmin de Uitv.reg. Inv.wet 1990 maar de Wet LB en de Uitv.reg. LB waarvan het per 1 juni 1990 vervallen art. 37, lid 1, ook alleen maar rept over de bij een bedrijfsvereniging aangesloten onderaannemer en niet over de aannemer. De onder (iv)(a) bedoelde contra-indicatie geldt te dezen dus niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0b5bb9c2be7e08a44fbd0c5a8ced9ae2520ca81dff6fa329dfaec824c8bf5be, en de alinea staat in dat document op bytes 19201 tot 19975.