Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5590.

4.2 Subonderdeel 1a bestrijdt rov. 8.2 van het tussenarrest. Daarin heeft het Hof aangenomen dat geen verplichting op WZL rustte om de offerte ten behoeve van de bouw van de nieuwe kademuur te controleren en dat het evenmin gehouden was te onderzoeken en te controleren of de muur tegen het water bestand was. Het subonderdeel betoogt het Hof hiermee heeft miskend dat van de deskundige contractpartner WZL die rioleringswerkzaamheden uitvoerde, verwacht mocht worden dat WZL zich ten minste zou uitlaten over de wijze waarop [de eigenaar van de watermolen] voornemens was de muur te laten bouwen. Het onderdeel doet daarbij beroep op art. 5 van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarin is bepaald dat [de eigenaar van de watermolen] "in overleg" met WZL zal zorgen voor een nieuwe muur. Tegen deze achtergrond bezien had WZL moeten reageren op de offerte en de daarbij gevoegde technische berekeningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e61a05509d181005c7011882ca2f9d6095a9db4917f63cafea3cd32bb18bd1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e61a05509d181005c7011882ca2f9d6095a9db4917f63cafea3cd32bb18bd1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 40988 tot 41912.