Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5590.

4.20 Onderdeel 7 klaagt wel over het in rov. 12.9 genoemde vermoeden. Het strekt ten betoge dat het Hof [de eigenaar van de watermolen] ten minste in de gelegenheid had moeten stellen tegenbewijs te leveren, zulks nu hij uitvoerig heeft betoogd dat hij 1) geen bemoeienis meer had met de bediening van de sluis, 2) niet meer dan noodzakelijk in Valkenburg was, 3) slechts eenmaal zelf heeft geconstateerd dat het waterpeil te hoog was en 4) te bewijzen heeft aangeboden dat hij eerst na 11 maart 1991 op de hoogte was van de problemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e61a05509d181005c7011882ca2f9d6095a9db4917f63cafea3cd32bb18bd1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e61a05509d181005c7011882ca2f9d6095a9db4917f63cafea3cd32bb18bd1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 49892 tot 50440.