Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Alinea 130 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5590.

4.25 Onderdeel 6 verwijt het Hof dat het in rov. 12.9 een vermoeden heeft gelezen. Deze lezing wordt bondig als onbegrijpelijk ontmaskerd. Deze klacht mist doel voor wat betreft de regelmatige aanwezigheid van [de eigenaar van de watermolen]. Het Hof spreekt aan het slot van rov. 8.5 van een aanname van iets wat niet duidelijk uit de stukken is gebleken. Onbegrijpelijk is de uitleg die het Hof aan deze passage in het eindarrest heeft gegeven daarom allerminst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e61a05509d181005c7011882ca2f9d6095a9db4917f63cafea3cd32bb18bd1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e61a05509d181005c7011882ca2f9d6095a9db4917f63cafea3cd32bb18bd1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 52780 tot 53257.