Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5595.

2.7 De vraag is vervolgens of [koper] belang heeft bij vernietiging van het vonnis van de rechtbank en verwijzing naar het hof, gelet op de omvang van het appel. In het cassatiemiddel en de schriftelijke toelichting daarop gaat [koper] er van uit dat hij hoger beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van zijn vordering in de vrijwaringszaak als zodanig. Het petitum van de appeldagvaarding en de conclusie in de conclusie van eis in hoger beroep luiden ook zodanig: vernietiging van het vonnis van de kantonrechter en toewijzing alsnog van de vordering van appellant. [Koper] heeft zijn grief echter gericht tegen de kostenveroordeling in rechtsoverweging 4.3 van het vonnis van de kantonrechter en niet tegen rechtsoverweging 4.2. van het vonnis, waarin de kantonrechter overweegt dat [koper] wegens gebrek aan belang (door afwijzing van de vordering van [oud-werknemer verkoper] in de hoofdzaak) in zijn vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard. In appel was derhalve slechts de proceskostenveroordeling door de kantonrechter in de vrijwaringszaak aan de orde7.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da047b87953f03c407a337df6ba4775cdd0c2f56eb22bce30a0113d62147ed8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da047b87953f03c407a337df6ba4775cdd0c2f56eb22bce30a0113d62147ed8e, en de alinea staat in dat document op bytes 11205 tot 12298.