Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5634.

2.6 In zijn tussenvonnis d.d. 11 januari 1996 heeft de Kantonrechter overwogen dat de vordering van de erven weliswaar verjaard is op grond van art. 3:310 BW, maar dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is de verjaringsregel ten deze toe te passen (rov. 17, zoals in de daarop volgende rovv. nader uitgewerkt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 8582 tot 8938.