Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5634.

2.9 De erven hebben het hoger beroep weersproken. Bovendien voeren zij in voorwaardelijk incidenteel appèl aan dat onder gebeurtenis in een situatie als de onderhavige moet worden verstaan het ontstaan van de ziekte. Naar hun oordeel ontstond deze in 1991 (mva blz. 12). Subsidiair voeren zij aan dat de incubatietijd van de ziekte heeft te gelden als een voortdurend feit of een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak (mva sub 4.4). Ten slotte benadrukken zij dat zij vergoeding vragen van overlijdensschade op grond van art. 6:108 BW. Het schadebrengende feit ten aanzien hiervan is volgens hen het overlijden van [de overledene] op 19 april 1992. De verjaringstermijn begint derhalve pas vanaf dat moment te lopen (mva sub 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 9865 tot 10614.