Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5634.
7.1 Onderdeel 2.1 bevat een inleiding. Onderdeel 2.2 neemt tot uitgangspunt dat aan de absolute verjaringstermijn van art. 3:310 BW niet de vooronderstelling ten grondslag ligt dat de vordering tot vergoeding van schade dient te zijn ontstaan. Daarmee, zo vervolgt het onderdeel, mist deze bepaling voor dergelijke gevallen toepassing; daarvoor geldt art. 3:306 BW. De Rechtbank wordt verweten dit te hebben miskend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 32380 tot 32810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd | shasum -a 256