Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5634.

7.2.1 Het onderdeel gaat er op zich met juistheid van uit dat de problematiek die hier aan de orde is niet expliciet door de wetgever onder ogen is gezien in het kader van de beraadslagingen over art. 3:310 BW. Hij heeft wél aandacht besteed aan andere gevallen waarin een vordering zou verjaren omdat er nog geen schade was opgetreden. Reeds in de MvAII op het wijzigingsvoorstel waarbij de huidige leden 2 en 3 zijn geïntroduceerd is opgemerkt dat de verjaring geldt

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 32830 tot 33313.