Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5634.
7.2.3 Ook in de literatuur is expliciet op deze kwestie gewezen.56 Deze opvatting is door de wetgever onder ogen gezien; hij heeft er geen been in gezien de regeling aan te passen.57 Tijdens het mondeling debat heeft het toenmalige Tweede Kamerlid Korthals nog gewezen op de mogelijkheid dat vorderingen zouden kunnen verjaren omdat er vóór het verstrijken van de termijn geen schade was.58 Zijn opmerking heeft niet geleid tot inhoudelijke reacties van de kant van de Minister.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 33854 tot 34347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6fbca4232102cc469fb59f639714270d99e3de2f7cfbc50a077172f85608a2fd | shasum -a 256