Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5635.

9.2 De vraag of de benadeelden een effectieve toegang tot de burgerlijke rechter in de zin van art. 6 EVRM hebben (gehad) is inderdaad gewettigd.49 Uit art. 6 EVRM vloeit het recht op toegang tot de rechter voort. Dit recht is niet absoluut maar mag worden onderworpen aan beperkingen waarbij de lidstaten een zekere beoordelingsvrijheid toekomt, mits de beperking een legitiem doel dient en voldaan is aan het evenredigheidsbeginsel. Een beperking mag evenwel nimmer een aantasting zijn van de essentie van het recht op toegang tot de rechter.50

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7, en de alinea staat in dat document op bytes 42994 tot 43554.