Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5635.
9.16 Reeds uit de bewoordingen van de artikelen 3 en 11 ESH blijkt dat deze bepalingen geen rechtstreekse werking hebben. Dit is anders ten aanzien van art. 6 lid 4 ESH volgens welke bepaling de verdragsstaten het recht op staking erkennen zonder dat hiertoe op nationaal niveau nog nadere maatregelen genomen behoeven te worden.61 Bovendien mist het beroep op het ESH sowieso doel omdat [de overledene] zijn werkzaamheden voor De Schelde reeds had beëindigd toen het ESH op 26 februari 1965 in werking trad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7, en de alinea staat in dat document op bytes 50108 tot 50631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7 | shasum -a 256