Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5635.
10.24 Omdat de smartengeld-vordering nog bij het leven van [de overledene] is geldend gemaakt, hij zulks spoedig heeft gedaan en hij korte tijd later is overleden zou ik menen dat het niet aangaat dat deze vordering ten volle zou zijn verjaard. In gevallen als de onderhavige is het al triest genoeg dat het slachtoffer daarvan niet meer heeft kunnen profiteren. Dat de - inmiddels op de erven overgegane - vordering als gevolg van het overlijden zou zijn verjaard is, in de omstandigheden van het geval, m.i. onaanvaardbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7, en de alinea staat in dat document op bytes 66360 tot 66899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7 | shasum -a 256