Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5635.

2.12 De Schelde voert - mede onder verwijzing naar haar cva en cvd - aan dat de redelijkheid en billijkheid niet een absolute verjaringstermijn opzij kunnen zetten en dat het primaat in deze bij de rechtszekerheid ligt waarbij ook verzekeraars belang hebben. Zij wijst erop dat de verjaring in ieder geval door verloop van 30 jaar intreedt (mva sub 5-16). Volgens De Schelde kan haar geen ernstig verwijt worden gemaakt dat zij onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen, omdat zij omstreeks 1963 nog niet op de hoogte behoefde te zijn van het feit dat asbest mesothelioom kon veroorzaken. Pas ver na 1970 is zij door de Staat verplicht om maatregelen te nemen ten aanzien van het werken met asbest (mva sub 20). Tot slot meent De Schelde dat het begrip "gebeurtenis" moet worden opgevat als het moment van beëindiging van de blootstelling aan asbest (mva sub 21/22).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7, en de alinea staat in dat document op bytes 12425 tot 13310.