Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5635.

"3.3. (...) Daarbij is van doorslaggevend belang dat de huidige verjaringswetgeving van recente datum is. Speciaal ten behoeve van gevallen van milieuschade en schade als gevolg van gevaarlijke stoffen (zoals asbest) is daarin een verlengde verjaringstermijn van 30 jaar opgenomen. Die verlenging is, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis, tot stand gekomen nadat in de literatuur gewezen was, onder andere, op de positie van asbestslachtoffers wier schade vaak pas vele jaren na blootstelling aan het licht treedt. Op grond van het argument van de rechtszekerheid is die termijn desondanks niet verder verlengd dan tot 30 jaar en is -expliciet- evenmin gekozen voor een stelsel waarbij de verjaringstermijn pas een aanvang neemt op het moment van het bekend worden van de schade. Indien aan de belangen van asbestslachtoffers op het stuk van de verjaring verder tegemoet gekomen zou moeten worden zou zulks ook dienen te geschieden door de wetgever."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a855b8e055ac37f9a221f7f79c1e65d47f23056de4eb60ad960cf01811a14c7, en de alinea staat in dat document op bytes 13718 tot 14678.