Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.

1.4 Bij tussenvonnis van 3 november 1992 heeft de rechtbank geoordeeld dat de zaak haar vatbaar schijnt voor een minnelijke regeling. Zij heeft een comparitie van partijen gelast, die op 26 november 1992 ter plaatse op de percelen aan de [adres B] en [adres A] is gehouden. Deze comparitie, waarbij partijen alsmede de toenmalige procureur van [eiseres] - mr Smit- en de procureur van [verweerder] aanwezig waren, heeft ongeveer anderhalf tot twee uur geduurd. De rechter-commissaris en de griffier hebben daarbij tezamen met partijen, hun procureurs en een aanwezig familielid van [eiseres] de feitelijke situatie bezichtigd en uitvoerig met elkaar van gedachten gewisseld over mogelijke oplossingen van het geschil2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 6389 tot 7120.