Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.

2.1 Het gaat in deze zaak om de vraag of tussen partijen een dading in de zin van art. 1888 BW(oud) tot stand is gekomen. Een dading is een schriftelijke overeenkomst, waarbij partijen door zich over en weer een opoffering te getroosten een tussen hen bestaand geschil over subjectieve rechten definitief regelen, teneinde een procedure te voorkomen of te beëindigen8. Uit deze omschrijving volgt dat van een dading slechts sprake kan zijn, indien is voldaan aan drie vereisten. Ten eerste dient het onderwerp van de dading een bestaand geschil te zijn. Ten tweede is vereist dat alle partijen zich een opoffering getroosten. Tot slot dient de overeenkomst ingevolge lid 2 van art. 1888 BW(oud) schriftelijk te worden aangegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 13169 tot 13911.