Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.
2.6 Middel 1 richt zich tegen rechtsoverweging 4.6 en klaagt erover dat het hof hierin ten onrechte heeft geoordeeld dat is voldaan aan de eis dat een dading schriftelijk wordt aangegaan. Daartoe wordt betoogd dat in het licht van het bepaalde van art. 19 lid 2 Rv. voor het totstandkomen van een dading ter comparitie (mede) is vereist dat het proces-verbaal waarin de getroffen regeling is neergelegd, door partijen wordt ondertekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 16639 tot 17088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d | shasum -a 256