Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.

2.7 Uitgangspunt is dat het vereiste dat een dading bij geschrift wordt aangegaan een bestaansvoorwaarde is14, en geen bewijsvoorschrift. Zonder geschrift kan van een dading derhalve geen sprake zijn. Het is niet nodig dat de dading steeds wordt vastgelegd in een (tweezijdige) akte. Aan het vereiste dat een dading schriftelijk wordt aangegaan, is ook voldaan indien de regeling wordt getroffen in een briefwisseling, mits deze de gehele regeling omvat en de over en weer verzonden brieven op elkaar aansluiten15. Het oordeel of dit zo is, is in beginsel voorbehouden aan de feitenrechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 17127 tot 17730.