Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.
2.10 Het middel stelt de vraag aan de orde of ten aanzien van een dading die ter comparitie wordt aangegaan, als extra vereiste heeft te gelden dat het proces-verbaal waarin de dading is opgenomen door partijen wordt ondertekend21. Het voorschrift van art. 1888 lid 2 BW heeft ten doel partijen te beschermen tegen eigen onberadenheid bij het aangaan van een dading22. Daarmee heeft het vereiste van een geschrift bij dading dezelfde strekking als het in art. 1:159 lid 1 BW gegeven voorschrift, volgens hetwelk een beding van niet-wijziging slechts schriftelijk kan worden gemaakt. Deze ratio brengt volgens het arrest van Uw Raad van 29 maart 1996 mee dat aan dit voorschrift niet is voldaan indien een ter zitting gemaakte mondelinge afspraak wordt vermeld in een uitsluitend door de rechter en griffier getekend proces-verbaal en is het nodig dat ook partijen zelf dit proces-verbaal - of een ander stuk dat die afspraak bevat B hebben ondertekend23.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 19430 tot 20397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d | shasum -a 256