Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.

2.11 De situatie van het hiervoor genoemde arrest verschilt echter op twee essentiële punten van het onderhavige geval. Allereerst staat in cassatie vast dat partijen ter comparitie met de rechter-commissaris hebben afgesproken dat de griffier de ter plaatse afgelegde verklaringen in een proces-verbaal zou verwoorden en visualiseren en dat dit proces-verbaal vervolgens ter verificatie aan (de advocaten van) partijen zou worden toegezonden. Partijen hebben aldus de gelegenheid gehad het besprokene ter comparitie nog eens te overdenken, zodat niet kan worden gezegd dat de regeling lichtvaardig of overhaast tot stand is gekomen. Vervolgens hebben beide partijen hierop via hun advocaat laten weten dat zij instemden met de inhoud van het proces-verbaal. De enkele omstandigheid dat het proces-verbaal niet door partijen is ondertekend, is m.i. daarom in het onderhavige geval niet doorslaggevend. Mede in het licht van de omstandigheid dat niet is vereist dat de dading in één stuk is neergelegd, meen ik dan ook dat het hof terecht heeft geoordeeld dat aan de eis van art. 1888 lid 2 BW(oud) is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 20565 tot 21690.