Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.
2.14 Deze klacht ziet er aan voorbij dat feitelijk en niet onbegrijpelijk is vastgesteld dat tussen partijen een dading is overeengekomen en dat [eiseres] geen tegenbewijs heeft aangeboden. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. Voor zover deze klacht aldus moet worden begrepen dat het hof heeft miskend dat het feit dat een minnelijke regeling op schrift is gesteld nog niet meebrengt dat een dading is gesloten, omdat daarvoor ook is vereist dat partijen zich over en weer een opoffering getroosten, houdt de klacht hetzelfde in als middel 3 onder 1. Ik behandel deze klachten derhalve gezamenlijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 22386 tot 23010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d | shasum -a 256