Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5673.

2.18 De klacht neemt op zichzelf met juistheid tot uitgangspunt dat de ratio achter de regel dat een dading schriftelijk moet worden aangegaan - bescherming van partijen tegen eigen onberadenheid - volgens Uw Raad meebrengt dat het aan partijen is zich op het ontbreken van een akte te beroepen, zodat er voor een ambtshalve onderzoek door de rechter geen plaats is27. Voor het overige ontgaat de zin van de klacht mij echter volledig, nu [eiseres] in twee instanties zelf uitdrukkelijk een beroep heeft gedaan op het ontbreken van een geschrift. Er is derhalve geen sprake van dat het hof zich heeft begeven in een ambtshalve onderzoek, zodat de klacht feitelijke grondslag mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aacee804b76789813c0aab92fb3427a2c96a1c5e0ae28edc3820f6dc279e83d, en de alinea staat in dat document op bytes 24533 tot 25226.