Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2000

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5677.

"(...) In de praktijk (...) - en dat is het meest voor de hand liggende houvast - wordt het vereiste van het niet-winst-beogen getoetst aan de reglementen, b.v. de statuten van de instelling, vereniging, enz. Wanneer als enige voorwaarde wordt gesteld, dat een winstoogmerk niet aanwezig mag zijn, zou dit dan ook praktisch tengevolge kunnen hebben, dat ondernemers, die in wezen hun prestaties verrichten met winstoogmerken, niettemin een tegengestelde clausule in hun statuten zouden opnemen. Het stellen van de voorwaarde, dat geen winst mag worden gemaakt, leidt (...) niet tot ongewenste gevolgen. Door de jurisprudentie van de Tariefcommissie op het bestaande artikel 11, no. 1, van het Besluit, wordt met de gekozen redactie toch bereikt, dat ondernemers, die met de exploitatie van hun inrichtingen geen winst beogen, doch niettemin in een bepaald jaar maken, onder de vrijstelling blijven gerangschikt, voor zover de gemaakte winst in de inrichting zelf weer wordt aangewend en dus niet aan derden wordt uitgekeerd. Zodoende wordt een redelijke toepassing verkregen, welke recht doet wedervaren aan de achtergrond van de vrijstelling."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a417f5334eb89c1294bd79a0352b6a7615cb9637aff69051243d866a37e59773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a417f5334eb89c1294bd79a0352b6a7615cb9637aff69051243d866a37e59773, en de alinea staat in dat document op bytes 10278 tot 11435.