Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5780.

2.4. HR 27 september 1991, NJ 1991, 787, welke uitspraak betrekking had op het aan art. 3 IOAW verwante art. 5a (oud) ABW, bouwde voort op de parlementaire geschiedenis van de laatstgenoemde bepaling. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van (duurzaam) voeren van een gemeenschappelijke huishouding is elke subjectieve benadering - en met name het “subjectieve partnerelement” - uit te sluiten. De vraag dient naar louter objectieve criteria te worden beantwoord. Als zodanig zijn onder meer genoemd de woonsituatie en de mate van financiële verstrengeling, later ook de feitelijke omstandigheid dat men elkaar over en weer verzorgt. Zie over deze maatstaf ook: HR 20 maart 1992, AB 1992, 367 m.nt. TG; HR 27 november 1992, NJ 1993, 569 m.nt. HJS; HR 22 november 1994, NJ 1995, 175 (strafzaak); HR 22 december 1995, NJ 1996, 331; HR 24 mei 1996, NJ 1996, 547 en HR 23 oktober 1998, NJ 1998, 900.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18, en de alinea staat in dat document op bytes 12167 tot 13090.