Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5780.

2.5. Het onderscheid objectief/subjectief vloeit hieruit voort, dat de wetgever heeft willen vermijden dat de toetsende instantie zich een oordeel aanmatigt over de (kwaliteit van de) persoonlijke relatie tussen de bijstandsontvanger en de persoon ten aanzien van wie samenwoning wordt vermoed. Zo had de rechtbank in NJ 1991, 787, waar de bijstandontvanger aanvoerde niet méér dan een kostganger te zijn, onderzocht hoe de verhouding tussen de betrokkenen door hen zelf werd beleefd en had zij geoordeeld dat niet een affectieve relatie bestond zoals die aanwezig pleegt te zijn tussen (al dan niet gehuwde) partners. Deze benadering werd door de Hoge Raad ontoelaatbaar geacht, want te subjectief. Hetzelfde gebeurde in NJ 1998, 900: de omstandigheid dat de man “huiselijke gezelligheid” als tegenprestatie stelt tegenover de verzorging die de vrouw hem bood, werd door de Hoge Raad beschouwd als een omstandigheid van een zo subjectieve aard dat zij niet in de afweging kon worden betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18, en de alinea staat in dat document op bytes 13110 tot 14124.