Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5780.

2.7. Middel 1 bevat ook nog een motiveringsklacht, te weten: dat de enkele erkenning van [de partner] en [verzoekster] van het samenwonen onvoldoende is om daaruit af te kunnen leiden dat er sprake is van een financiële verstrengeling als bedoeld in NJ 1993, 569. Deze klacht treft geen doel. In NJ 1993, 569, werd de gezamenlijke huishouding ontkend en ging het om de vraag of het delen van bepaalde kosten voldoende was om daaruit een wederzijdse verzorgingsrelatie af te leiden. In dit geval echter hebben [de partner] en [verzoekster], volgens de rechtbank, tegenover de sociale recherche erkend in de desbetreffende periode een gezamenlijke huishouding te hebben gevoerd (rov. 3.2). Daarvan uitgaande, was er, om de beslissing begrijpelijk te doen zijn, geen noodzaak om naast dit bewijsmiddel nog andere bewijsmiddelen te vermelden waaruit de aanwezigheid van een financiële verstrengeling blijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18, en de alinea staat in dat document op bytes 15134 tot 16052.