Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5780.

2.9. Middel 3 houdt in dat de rechtbank miskent dat [de partner] en [verzoekster] hun verklaringen hebben ingetrokken. Ook hier geldt dat, bij gegrondbevinding van middel 4, het bewijsmateriaal opnieuw zal worden beoordeeld. Volstaan kan worden met een korte opmerking. De rechtbank is in rov. 3.2 uitdrukkelijk ingegaan op de herroeping van de verklaring en de daarvoor opgegeven reden. Vervolgens is de rechtbank tot de slotsom gekomen dat de herroeping onvoldoende gewicht in de schaal legt om tot een andersluidend oordeel te komen. Dat oordeel was voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Het gaat hier niet om een gerechtelijke erkentenis, waarop art. 181 lid 2 Rv ziet. Het “intrekken” van een verklaring, bij de sociale recherche afgelegd, betekent slechts dat degene die de verklaring heeft afgelegd niet langer achter de inhoud staat. De intrekking heeft niet tot gevolg dat de eerder afgelegde verklaring niet meer als bewijsmiddel zou mogen worden gebruikt7. Wanneer er uiteenlopende verklaringen zijn (een bekentenis en een herroeping daarvan), is het de taak van de feitenrechter te selecteren aan welke bewijsmiddelen hij wél geloof hecht en aan welke niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18, en de alinea staat in dat document op bytes 17074 tot 18281.