Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5780.
2.10. In middel 4 wordt geklaagd over het passeren van het bewijsaanbod van [verzoekster]. In IOAW-procedures als de onderhavige kan de regel dat tegenbewijs vrijstaat tenzij de wet het uitsluit (art. 178 lid 2 Rv) overeenkomstig worden toegepast. In eerste aanleg hebben [de partner] en [verzoekster] het proces-verbaal van de sociale recherche betwist en tegenbewijs aangeboden in de vorm van het horen van de getuigen Van den Berg, Bouwmeester, Brunnekreeft8 en de desbetreffende sociaal rechercheurs. De kantonrechter heeft de gehele betwisting aangemerkt als onvoldoende gemotiveerd: aan het aanbod tot het leveren van tegenbewijs kwam de kantonrechter dus niet meer toe (rov. 11). In hoger beroep (grief 5) stelde [verzoekster] dat de kantonrechter ten onrechte voorbij was gegaan aan haar bewijsaanbod. Bij pleidooi in appèl hebben [de partner] en [verzoekster] het bewijsaanbod, “waaronder het horen van getuigen die hun verklaringen gedaan aan de recherche hebben ingetrokken”, herhaald (pleitnota zijdens [de partner] blz. 8). De rechtbank heeft op deze grief overwogen (rov. 3.3):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18, en de alinea staat in dat document op bytes 18320 tot 19429.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca36cc78efcb8ca5a9968b4e277ac2a83d2e6f96db241358a248553f40021a18 | shasum -a 256